Bloedgroepen


Welke bloedgroepen en bloedtypen hebben katten?


Ons bloed bestaat uit rode bloedcellen, witte bloedcellen en plasma. De rode cellen vervoeren zuurstof en hun conditie is van levensbelang. Rode bloedcellen zijn, zoals de meeste andere lichaamsbestanddelen, opgebouwd uit proteïne, en proteïnen kunnen worden herkend en verwoest door ons immuunsysteem.  De kat heeft in wezen twee bloedgroepen: A en B (hoewel er een derde, zeer zeldzame groep is, AB, die een combinatie is van de twee). De proteïnen van de rode bloedcellen zijn in de ene groep A en in de andere B (zie figuur 1). In feite verschillen de proteïnen aan de buitenkant van de rode bloedcellen van type A en B maar een heel klein beetje, maar het immuunsysteem ontdekt natuurlijk het verschil.


  

Zoals je weet is het bij een bloedtransfusie heel belangrijk dat je het goede bloedtype krijgt. Een transfusie met verkeerd bloed kan fataal zijn en dat geldt ook voor katten. Het immuunsysteem van de kat of de persoon die de bloedtransfusie krijgt, reageert op het vreemde bloed met alle gevolgen van dien.



1. Voor het paren de bloedgroep van de poes en de kat bepalen
Voorkomen houdt een bloedonderzoek in van de poes en van iedere kat waarmee ze mogelijk gaat paren. Katten krijgen een gen voor het bloedtype van hun moeder (in het ei) en een van hun vader (in het sperma) � zie figuur 4. De genen voor bloedtype A zijn dominant en overheersen de genen voor bloedtype B wat betekent dat een kat met een combinatie van genen - Ab (denk eraan dat dit verschilt van de derde, zeldzame bloedgroep AB) - bloedtype A heeft. Een poes met bloedgroep B kan een kitten krijgen met bloedtype A als zij gepaard heeft met een kat met bloedtype A die drager is van de genen voor bloedtype B (zoals in figuur 5 en tabel 1). In dit soort situaties is de kans op neonatal isoerythrolysis het grootst.

 


Figuur 5. Hoe poezen met twee bloedtypen A kittens kunnen krijgen met bloedtype B


Tabel 1 Wat er gebeurt als je een poes met bloedgroepB laat paren met een kat met bloedgroep A,hangt samen met het feit of zijn genen alleen A of een combinatie van A en B zijn. De grijze vakjes geven de genen van de kitten aan.
De grootste kans op neonatal isoerythrolysis hebben kittens met bloedtype A van wie de moeder bloedtype B heeft.

 

De genen van de kat

              De genen van de poes

b

b

 A

Ab

Ab

 A

Ab

Ab

 

 

 

De genen van de kat

   De genen van de poes

b

b

 A

Ab

Ab

 b

b

b

In dit geval hebben alle kittens bloedgroep A, maar zijn dragers van bloedgroep B.

 

In dit geval heeft de ene helft van de kittens bloedgroep B (blauwe vakjes) en de andere helft bloedgroep A, maar zijn dragers van bloedgroep B-genen.


De genen van katten met bloedtype B zijn recessief (dat wil zeggen dat ze twee b-genen hebben, genotype bb). 
Deze katten kunnen veilig paren met katten met bloedtype B - alle kittens zullen bloedtype B krijgen (tabel 2) en er zal geen neonatal isoerythrolysis optreden.

SLEUTEL

Type gen

Bloedgroep

AA

 A

bb

 B

Ab

 A

 

Tabel 2� Wat gebeurt er als je tweekatten met bloedgroep Bmet elkaar laat paren.


Tabel 2                

    De genen van de kat

         De genen van de poes

        b

    b

        b

        bb

    bb

        b

        bb

    bb

 

Alle kittens hebben bloedgroep B (zie de grijze vakjes) en er bestaat geen kans op neonatal isoerythrolysis

 

 Tabel 3� Wat gebeurt er als je twee katten met bloedgroep A met elkaar laat paren.

  

De genen van de kat

   De genen van de poes

A

A

A

AA

AA

A

AA

AA


In het eenvoudigste scenario duiden de genetische codes voor de kat en de poes op bloedtype A en die voor de kittens op bloedgroep A.  Maar omdat bloedgroep A dominant is en de genen voor bloedgroep B overheersen, kan een kat of beide katten de gen voor bloedgroep B dragen.

 

                                                        

  De genen van de kat

        De genen van de poes

        A

    b         

        A

        AA

    Ab

        A

        AA

    A

                        Table 3a

    De genen van de kat

      De genen van de poes

        A

    b

       A

        AA

    Ab

        b

        Ab

    bb

 

In het eerste voorbeeld boven heeft de kat de beide versies van zijn gen (dat wil zeggen een van zijn moeder en een van zijn vader) die de genetische code bepalen voor bloedgroep A. Daarom hebben al zijn kittens bloedtype A. De helft van zijn kittens draagt de gen voor bloedgroep B, die ze van hun moeder hebben gekregen. Bij geen enkele kitten bestaat er kans op neonatal isoerythrolysis, omdat ze allemaal dezelfde bloedgroep hebben als hun moeder.

In de tweede tabel zijn beide kitten met bloedgroep A dragers van de gen voor bloedgroep B. Zoals de tabel laat zien, heeft een kwart van de kittens van dit paar bloedgroep B (blauwe vakjes). Poezen met bloedgroep A hebben minder antitype B antistof dan dat poezen met bloedgroep B antitype A antistof hebben, wat betekent dat de type B kittens van deze paring zouden kunnen overleven. Als de paring echter herhaald wordt, bouwt de poes anti-B antistof op en uiteindelijk kan een kwart van haar kittens doodgaan aan neonatal isoerythrolysis.

De enige manier om de genotype van een bloedtype A kat vast te stellen, is door .haar met een type B kat te laten paren.

 

Tabel 4� Het resultaat van een testparing om vast te stellen of een kat met bloedgroep A drager is van bloedgroep B-genen.


Wat gebeurt er als je een kat met bloedgroep A die geen type B drager is, laat paren met een poes met bloedgroep B.

  

                              

Wat gebeurt er als je een kat met bloedgroep A die een type B drager is, laat paren met een poes met bloedgroep b.
 

De genen van de kat

      De genen van de poes

        b

    b         

        A

        Ab

    Ab

        A

        Ab

    Ab

 

De genen van de kat

      De genen van de poes

       b

    b

       A

        Ab

    Ab

        b

        bb

    bb

Alle kittens van deze paring hebben bloedtype A, en daardoor een grote kans op neonatal isoerythrolysis

 

 

De ene helft van deze kittens heeft bloedtype A, en de andere helft bloedgroep B. Omdat de poes bloedtype B heeft, hebben de type A kittens kans op neonatal isoerythrolysis. De kittens met bloedgroep B zijn veilig.

 

 

Tabel 5� Het resultaat van een testparing om vast te stellen of een poes met bloedgroep A drager is van bloedgroep B genen.


Wat gebeurt er als je een poes met bloedgroep A die geen type B drager is, laat paren met een kat met bloedgroep B.

  

Wat gebeurt er als je een poes met bloedgroep A die een type B drager is, laat paren met een kat met bloedgroep B.  

 De genen van de kat

      De genen van de poes

        A

   A         

        b

        Ab

    Ab

        b

        Ab

    Ab

 

De genen van de kat

      De genen van de poes

      A

    b

       b

        Ab

    bb

        b

        Ab

    bb

Alle kittens van deze paring hebben bloedtype A, en omdat ze dezelfde groep als hun moeder hebben, lopen ze geen kans op neonatal isoerythrolysis

 

 

De ene helft van de kittens heeft bloedtype A, en de andere helft bloedgroep B. Omdat de poes bloedtype B heeft, hebben de type A kittens geen kans op neonatal isoerythrolysis, terwijl de bloedgroep B kittens hierop een kleine kans hebben. Poezen met bloedgroep A hebben echter minder antitype B antistof dan dat poezen met bloedgroep B antitype A antistof hebben, wat betekent dat de type B kittens van een eerste en zelfs een tweede paring zouden kunnen overleven.   


Bron:Dr.Addie