Binnenhuis kat


De binnenhuis kat

Wanneer een kat nooit buiten is geweest en dus niet weet wat hij ‘mist’, zal hij over het algemeen een tevreden binnenhuiskat worden. Het dagelijks leven van een dier wat z’n leven binnenshuis doorbrengt ziet er wel heel anders uit, dan het leven van een kat die veel buiten komt. Zo beweegt een binnenhuiskat duidelijk minder dan een buitenkat, omdat er over het algemeen minder spannende en uitdagende dingen te doen zijn dan buiten. en er een aantal ‘leuke’ dingen (zoals in de gordijnen klimmen en aarde uit de bloempotten graven) verboden zijn. Ook heeft een binnenkat vaker de neiging zich te wassen (uit verveling?) en heeft zodoende wat vaker last van haarballen in z’n maag. Verder slaapt een binnenhuiskat meer en heeft meestal eerder de neiging te dik te worden dan z’n buiten spelende soortgenootjes.


Veiligheid in huis

Voordat je een kat in huis neemt, moet je de kamer(s) waar hij mag rondlopen inspecteren op veiligheid. Staan er geen giftige kamerplanten? Zijn er geen scherpe punten waaraan hij zich kan bezeren? Kan hij niet bij een kristallen servies of andere kostbaarheden komen?
Let er ook op, dat een nieuwsgierige kat niet uit een geopend raam kan springen. Behalve de val naar beneden zijn er buitenshuis meerdere gevaren voor een kat die altijd binnen heeft gewoond zoals het verkeer en besmettelijke ziektes. Advies: maak een stevige hor voor het raam. De poes kan dan wel de buitenlucht ruiken en zien wat er buiten gebeurt.
 

 

  

De leefwereld van de binnenhuiskat ‘spannender’ maken

Katten zijn van nature nieuwsgierig en actief. Daarom hebben ze een avontuurlijke, stimulerende omgeving nodig, om zich happy te voelen. Ze vinden het leuk om zich te verstoppen, zijn dol op hoge uitkijkplaatsen, vinden het spannend om steeds nieuwe dingen te ontdekken en wordt geboeid door alles wat ruikt, rolt of ritselt.
Een kat die zich kan uitleven en z’n nieuwsgierigheid bevredigen, zal niet snel kattenkwaad uithalen. Dat zie je wel, bij katten die zich vervelen. Je zult het beestje daarom voldoende uitdagingen moeten bieden in de kamer(s) waar hij mag komen.
Maak per dag minstens ½ uurtje vrij om met je poes te spelen en leg het speelgoed dagelijks op andere plaatsen neer. Niet alles hoeft duur te zijn. Katten kunnen zich ook prima vermaken met spullen die jou niets kosten en maar 1 uur of een halve middag meegaan.




Voorbeelden van speelgoed waar je katten een plezier mee doet:
- zet eens een kartonnen doos met gaten neer
- geef hem af en toe een lege papieren zak (géén plastic!)
- zet eens een schaal vers gemaaid gras in de kamer (vóór je gaat stofzuigen)
- zet eens een bakje met takjes, blaadjes en kastanjes neer
- maak proppen en propjes van oude kranten en gooi ze door de kamer
- leg eens een half opgevouwen krant op de grond
- bouw een klimpaal van afvalhout met verschillende verdiepingen
- kattenspeeltjes met geluid (bijv. belletjes)
- kattenspeeltjes waar kattenkruid in zit
- een hard en een zacht balletje
- speelgoed met vogelveren
- een kattentunnel (te koop in dierenspeciaalzaak maar ook goed zelf te maken)
- een krabpaal
- een opwindbare speelgoedmuis
Wissel het speelgoed regelmatig. Het is dan weer even ‘nieuw’.

  

  

Maak van etenstijd een ‘jachtfestijn’

In de vrije natuur moeten katachtigen op jacht om hun honger te stillen. Vóór ze hun maag kunnen vullen, hebben ze flink wat beweging gehad. Dieren in het wild worden dan ook niet te dik.
De meeste huiskatten krijgen op vaste tijden hun bakje voer en vers water. De meesten zijn het zo gewend en het ontbreekt hen aan niets, maar als je er even over nadenkt, is het wel saai. Om te voorkomen, dat je poes lui, gemakzuchtig en te dik wordt, zou je de manier van voeren eens op een heel andere manier kunnen aanpakken. Actiever, spánnender….. Je doet er je kleine huistijger een groot plezier mee!
Je kunt het eten bijvoorbeeld ‘verstoppen’ in wc-rolletjes of in een kartonnen doos met gaten. Het is de moeite waard om er met een fototoestel bij te gaan zitten, als hij probeert z’n eten te veroveren.
Brokjes gooien, waar hij achteraan moet rennen; succes verzekerd! Laat hem maar wat moeite doen, voor hij het te pakken krijgt.
Als hij een klimpaal met verdiepingen heeft, op elke verdieping wat droge brokjes neerleggen.
Zo kun je zelf dagelijks nieuwe dingen verzinnen om de voedertijd verrassend te maken


 

De kattenbak

Van nature zijn katten zindelijke beestjes. In de vrije natuur zoekt de poes een beschut plekje om z’n behoefte te doen. Hij graaft een kuiltje, doet z’n ding en na afloop wordt één en ander keurig bedekt met aarde.
Voor de binnenkat die nooit buiten komt, is de kattenbak een prima alternatief. Er zijn 2 varianten: de dichte bak en de open bak. Het hangt van je kat af, waar z’n voorkeur naar uitgaat en/of waar hij als kitten op is getraind.
Zet de bak bij voorkeur in een hoek, dat vindt een kat overzichtelijker. Katten zijn namelijk altijd op hun hoede voor naderend gevaar. Als ze hun behoefte doen, bevinden ze zich in een kwetsbare positie. Ze zullen daarom het liefst een plek kiezen waar ze niet van achteren kunnen worden ‘aangevallen’. Zitten ze in een hoek, dan kan het vermeende ‘gevaar’ maar van twee kanten komen. Dat is te overzien.
Waarmee gaan we de kattenbak vullen? Krantenpapier en houtsnippers zijn af te raden, vanwege de stank die het met zich meebrengt. Beter kun je kattenbak korrels kopen, bij vrijwel iedere supermarkt te koop. Het is soms even zoeken, welke korrels het best bevallen, dat is persoonlijk. De meeste korrels bestrijden nare geurtjes, er zijn er die samenklonteren, enz. Is je kat eenmaal een bepaald merk gewend, verander dat dan bij voorkeur niet. Als het nieuwe merk hem tegen staat, kan hij zomaar een andere plek zoeken om z’n behoefte te doen (op een plek die jij niet wilt).
Natuurlijk moet de bak dagelijks worden leeggeschept en bijgevuld met schone korrels. Eens per week de bak helemaal leegmaken en uitsoppen is geen overbodige luxe.
Hoeveel bakken je het best kunt neerzetten hangt af van de hoeveelheid aan katten die er rondloopt. Het is aan te raden altijd één bak meer neer te zetten, dan het aantal katten dat je hebt.


 

Het sociale leven van de binnenhuiskat

Voor wat betreft z’n sociale leven is de binnenhuiskat volledig afhankelijk van z’n baasje(s). Een kat heeft behoeft aan gezelschap en speelkameraadjes om zich prettig te voelen. Als de ruimte en de financiële middelen het toelaten, is het daarom leuker om twee katten te laten rondlopen in plaats van één. Ze hebben dan gezelschap aan elkaar en zullen zich niet snel vervelen.