Herkomst



De Maine Coon behoort tot het oudste natuurlijke kattenras van Noord-Amerika. De eerste Maine Coon katten werden aangetroffen in en rond de staat Maine in het gebied New Engeland. Dit gebied bestaat uit de staten Maine, New Hampshire, Massachusetts, Rhode Island en Connecticut. Hier komt ook het eerste gedeelte van de naam vandaan, namelijk Maine. 


Over het ontstaan van de Maine Coon zijn veel verschillende en interessante theorieën. Ondanks dat er in de 19e eeuw al Maine Coons rondliepen en het vroeger al een erkend ras was bestaat het ras Maine Coon officiëel pas weer sinds 1976 in de Verenigde Staten en sinds 1983 is het in Europa voor het eerst erkend. Vroeger, tot 1980, werden deze katten gewoon katten van Maine en Coon Cat genoemd. Onder druk van vele mensen in de VS en na veel werk door familie Gangster (cattery Scarborough) werd de naam veranderd in Maine Coon Cat. 
Voor een gouverneur van een staat in de VS is het normaal om een officiele staat boom, bloem of vogel te benoemen. Maar hoeveel staten hebben een officiële kat? In Maine is de Maine Coon inmiddels de officiële Maine State Cat.

Theorieën

Vikingen
Aangezien de Maine Coon en de Noorse Boskat veel overeenkomsten met elkaar vertonen is de theorie ontstaan dat de Vikingen een rol in het ontstaan van de Maine Coon hebben gespeeld. Dit aangezien de Vikingen uit Scandinavië kwamen, waar de Noorse Boskat ook vandaan komt. Het is goed mogelijk dat de voorouders van de Noorse Boskat door de Vikingen zijn meegenomen naar Scandinavië op hun terugtochten vanuit de gebieden rond het huidige Turkije en Midden-Oosten. 

Wodan was de machtigste god, die van oorlog en storm. Zijn vrouw de zonnegodin Freija beschermde het huis, bestrafte diegenen die niets deden en beloonde diegenen die veel werk deden. Ze reed op een everzwijn of op een wagen die werd getrokken door twee katers. 

Het is dan ook erg aannemelijk dat de katten door de Vikingen vereerd werden en meegingen aan boord bij de rooftochten over de hele wereld. Buiten dat zullen de katten ook zijn meegenomen om de muizen en ratten op de schepen te bestrijden om zo het voedsel te beschermen. Zeker namen ze katten mee als een stuk land hun aanstond en ze de vrouwen en kinderen ophaalde om zich er te vestigen. Ook op de Noordoostkust van Amerika stichtten de Vikingen kleine nederzettingen. In de staat Maine vond men een Noorse munt uit de regeerperiode van Olav de Kyrre (1067 - 1093 n. Chr.). 

Wasbeer

Al sinds de 17e eeuw vertellen de oude Noord-Amerikaanse vallenzetters en pelsdierjagers een verhaal dat als volgt gaat. Een wasbeer werd verliefd op een wilde boskat. Zijn gevoelens werden beantwoord en als resultaat kregen ze een nestje Maine Coons. 

Lange tijd hebben mensen gedacht dat de Maine Coon een kruising was tussen de verwilderde katten en de wasbeer. Dit komt waarschijnlijk omdat de Bruin Gemarmerde Maine Coon, die destijds het meeste voorkwam, naast de imposante bouw en een ietwat verwilderd uiterlijk ook een volle 'geringde' staart had. Een wasbeer heeft een soortgelijke staart en ook qua kleuren heeft het wel wat van elkaar weg

Doordat men in het Engels een wasbeer een Raccoon noemt, is het mogelijk dat hiervan de naam Coon is afgeleid. Helaas voor diegenen die dit een leuke theorie vinden weten we nu, door de technieken van tegenwoordig, dat de kruising tussen een kat en een wasbeer genetisch en biologisch onmogelijk is. 

                                                              



Wilde kattenBobcat
Ook werd gedacht dat de katten meegebracht uit andere werelddelen zich gekruist zouden hebben met kleine wilde inheemse Amerikaanse katten zoals de Bobcats. Waarschijnlijk door de pluimpjes op de oren en pluimpjes tussen de tenen bij de Maine Coons die overeenkomen met de Bobcat, is deze theorie ontstaan. Ook is het zo dat een Bobcatkitten erg veel lijkt op de Maine Coon kittens. 

Maar ook een kruising tussen de Bobcat en de gewone katten is genetisch en biologisch onmogelijk. En buiten dat hebben Bobcats een korte stompe staart, wat ook niet zo gauw zou lijden tot de mooie volle staart van de Maine Coon. 

                                                          

Kapitein Coon
Een andere verklaring voor de naam Coon is de volgende. In het kustgebied van en rond Maine heeft volgens verhalen een kapitein genaamd Coon handel gedreven. Deze Engelse handelskapitein had een aantal langharige Angorakatten, die toen erg populair waren, meegebracht uit Engeland en was daar erg op gesteld. Deze katten nam hij overal waar hij aan land ging mee. Aan boord en aan land vermenigvuldigden de katten zich en wellicht ook in combinatie met de Russische Langhaar en de Engels Korthaar. Het is niet onwaarschijnlijk dat de katten van Coon in contact met inheemse katten tijdens de perioden op land of daar zelfs achterbleven. Toen er later nestjes langharige katten in Maine verschenen, zeiden de eigenaren dat dat Coon-katten waren. 

Marie Antoinette
Weer een andere theorie hoe de Maine Coon ontstaan zou zijn is deze over Marie Antoinette. Tijdens de Franse Revolutie lag er een schip in de Franse haven klaar om Marie Antoinette en de rest van de koninklijke familie veilig naar Amerika te brengen. De keuze voor Maine lag voor de hand aangezien de Franse invloed daar nog steeds erg groot was. De kapitein van het schip was kapitein Clough. Het vluchten is de koninklijke familie niet gelukt, maar al de bezittingen waren al wel ingeladen in het schip welke alvast vooruit gevaren was. Naast de meubelen, kleding etc. waren er ook zes langharige katten van de koningin aan boord. Er zijn geen bewijzen zijn dat dit Angora katten waren, maar Marie Antoinette had wel een grote voorliefde voor langharige katten. Ook is het bekend dat de Angorakat destijds in Frankrijk zeer populair was onder de welgestelde mensen, wat ook te zien is op vele schilderijen.
Na de onthoofding van Marie Antoinette in Frankrijk heeft niemand de spullen opgeëist, waardoor de spullen evenals de katten in Maine bleven. 

Koloniale Tijd
Ook is het mogelijk dat zeelieden en kolonisten de Turkse Angora en andere langharige katten als de Engelse langhaar hebben meegebracht naar Amerika en deze zich vermengd hebben met de daar aanwezige of andere meegebrachte katten. 

In de koloniale tijd bestond er namelijk een grote zeehandel tussen Europa, het Verre Oosten en de Nieuwe Wereld. De schepen gingen meestal via Boston langs de staat Maine en namen katten mee hoofdzakelijk voor de rattenvangst. De havendorpjes in Maine waren vrij geisoleerd en de katten populatie was klein. Bij reparatiewerkzaamheden gingen de katten ongetwijfeld aan wal. De katten die achterbleven vestigden zich, zoals veel thuisloze en verwilderde katten nu ook nog doen, langs de kusten. 

Uit inventarislijsten blijkt dat er door de Engelsen die in Amerika kwamen wonen, katten werden meegenomen per schip. Aangezien de langharige katten destijds door de meeste mensen als een luxe en mooi huisdier gezien werden is het waarschijnlijk dat er relatief meer langharige katten mee gingen met de oversteek dan kortharigen. Ook zullen door de strenge winters meer langharigen dan kortharigen in leven zijn gebleven. Deze meegebrachte langharige Engelse katten waren de voorouders van het ras wat nu de Pers is, maar hadden nog lang niet zo'n kortneuzig type als tegenwoordig
In de havens Maine was de Maine Coon in de achttiende eeuw al een algemene verschijning. 
 

Evolutie
Of het nu de Vikingen, Kapitein Coon, Marie Antoinette, zeelieden of de kolonisten waren, feit is dat er allerlei verschillende soorten katten van andere werelddelen naar Amerika gebracht zijn en zich daar vermengt hebben. 

Het meest voor de hand liggend is dan ook dat de Maine Coon ontstaan is uit kruisingen tussen de (half)langhaarkatten die later zijn meegebracht uit de andere werelddelen en zich vermengd hebben met de daar al inmiddels al levende (verwilderde) kortharige katten, die al veel eerder aan land gebracht waren. Het is dus goed mogelijk dat een combinatie de theorieën mede het ontstaan van de Maine Coon bepaald heeft.
De intensieve zeehandel in combinatie met de in de omgeving van de havens gelegen boerderijen vormden de perfecte omstandigheden voor de ontwikkeling van de Maine Coon. De katten leerden zich aan te passen aan het ruige en koude klimaat in dit gebied en te overleven. Hier waren korte zomers en lange koude winters met dikke pakken sneeuw en konden de temperaturen verschillen van -30 tot +35 graden. 
De natuur selecteerde op de grootste, sterkste, slimste en zodoende beste jagers om te overleven. Hierdoor kregen ze hun volle vacht en hun lange volle staart die ze om zichzelf heen kunnen slaan tijdens het oprollen om zichzelf te beschermen tegen de koude winters. Ook zijn de oren beter beschermd door de pluim op de oren en de haren aan de binnenkant aan de oren. Verder hebben ze ook grote ronde poten voorzien van pluimpjes, wat helpt in de ongelijke terreinen en dienen als sneeuwschoenen. De grote ogen en oren waren ook handig om te overleven, aangezien ze het zicht en gehoor vergrootten. Door de sterke en lange spieren kunnen ze ook goed prooien vangen en water uit de riviertjes en meertjes slaan. 


Zo ontstonden uit de eens gestrande scheepskatten een gezonde werkkat met een weerbestendige vacht en veel reservekrachten, namelijk de Maine Coon. 
 

Boerderij
Voor de mensen in Maine was de Maine Coon op een gegeven moment een algemene verschijning op de boerderijen. Omdat deze kat een uitstekende muizenvanger is, werd hij een graag geziene gast op de boerderijen om te helpen bij het bestrijden van de muizen en ratten. Als dank hiervoor werd hem onderdak en soms een dagelijkse portie melk aangeboden. In die tijd gewoon was dat nog gewoon, maar inmiddels weten we dat het voor veel katten slecht is als ze melk krijgen. Voor het verdere voedsel moesten ze dan zelf maar zorgen in de vorm van bijvoorbeeld de muizen. 

Doordat de katten hier een erg natuurlijk leven hadden en zelf partners konden uitzoeken bleven hun nakomelingen mooi en sterk. En doordat de mens nog weinig invloed had bleven ook enkel de sterke katten leven en zorgen voor nakomelingen. 
Voor de mensen in Maine die al zo lang de Maine Coon katten hadden, kwamen zij niet op het idee dat deze katten erg bijzonder waren. Pas toen de rage voor langharige katten in het Westen toesloeg, dachten zij aan het verkopen van hun katten. Op dat ogenblik was Maine rijk aan mooie exemplaren en dan met name Bruin Gemarmerde Maine Coons. 


Vermelding
Het oudste boek waar een stuk is geschreven over de Maine Coon is het boek The book of the cat geschreven door Francis Simpson in 1903. Het hoofdstuk over de katten van Maine is geschreven door F.R. Pierce. Hierin wordt ook gesproken over de eerste kat van Maine die ze gehad hebben. Dit was Captain Jenks of the horse Marines een langharige Zwart Point met Wit die vanaf 1861 eigendom van zowel de jongere broer als F.R. Pierce zelf was. 

Op het moment dat het boek geschreven was werd vaak door mensen gezegd, die de katten uit Maine niet kenden, dat de katten van Maine ongezond zijn en wormen hebben. Maar volgens F.R. waren ze niet ongezonder dan andere katten en was er van de eigen katten geen een gestorven voor de leeftijd van ruim 17 jaar oud. 
 

Shows
Rond 1830 was het al gebruikelijk om in New Engeland country fairs te organiseren. Dit waren boeren jaarmarkten waar naast allerlei producten ook allerlei boerderijdieren werden tentoongesteld en ook verscheidene wedstrijden gehouden werden in van alles in nog wat. 

Toen de country fairs uitgebreider werden, werden ook huisdieren getoond op de tentoonstellingen en wedstrijden. Kortom de boeren namen hun Maine Coons ook mee. In de jaren 60 gingen de boeren hun katten showen op de Skowhegan Fair, waar Maine Coons van heide en verre streden om de titel Maine State Champion Coon Cat. 

Deze shows op de jaarmarkten zijn de voorlopers geweest van de echte kattententoonstellingen. In het begin was er een splitsing op de shows tussen de Amerikaanse langharen en de geimporteerde Engelse dieren. Niet zozeer als aparte groepen, maar wel bij de herkomstvermelding in de stamboeken en catalogussen. De eerste bekende officiele kattententoonstelling was op 21 januari 1878, deze National Cat Show duurde zes dagen. Op deze show werden twaalf Maine Coons tegen elkaar uitgebracht, wat het bewijs is dat men toen al de Maine Coon als een apart ras zag. 

Hun populariteit groeide snel en in het begin van 1880 was er al een beroemde Maine Coon. Dit was Richilieu van Mr. Robinson die in Bangor, Boston, New York en Philadelphia meerdere prijzen won. Op een grote kattententoonstelling in New York (Madison Square) in 1895 waren 175 katten aanwezig. De Maine Coons werden met de Angora's en Perzen ingedeeld bij de langhaarkatten, waardoor het aantal Maine Coon's dat meegedaan heeft niet makkelijk te achterhalen is. Best-in-Show (Best of Best) werd Cosey een Brown Tabby Maine Coon poes van Mrs. E. N. Barker. Ze won een zilveren medaille met de inscriptie 'National Cat Show 1895', met een katten gezicht in het midden. Daarnaast nog een zilveren kat halsband met de inscriptie 'National Cat Show 1895, won by Cosey' en naast een foto van Cosey met een halsbandje om met een strik met de tekst 'National Cat Show'. De zilveren halsband, een belangrijk stuk uit de geschiedenis, is gekocht door de CFA Foundation voor de Jean Baker Rose Memorial Library gehuisvest in de CFA Central Office. 

                                            

Foto links: Cosey winnaar in 1895 verkregen via de Duitse Wikipedia 
Foto rechts: King Max Best In Show van 1897-1899 uit het boek Concerning Cats geschreven Helen M. Winslow uit 1900 
 


Vanaf rond 1900 werden er steeds vaker kattententoonstellingen gehouden in de Verenigde Staten. King Max, een Zwarte Maine Coon kater van Mrs. Pierse, werd in 1897,1898 en 1899 Best In Show op de jaarlijkse kattententoonstelling in Boston. In 1900 moest de plek worden afgestaan aan zijn zoon Donald die toen Best In Show werd. 

In 1908 werd de Cat Fanciers Association (CFA) opgericht. Deze vereniging opende de registratie voor alle rassen en registratienummer 5 ging naar een Shell-Tortie Maine Coon poes genaamd Molly Blond. Het eerste CFA-boek bevatte 28 geregistreerde Maine Coons. 
 

Verdwenen
Rond 1900 werden ineens de geimporteerde kattenrassen een statussymbool. De rassen zoals Siamezen en Persen werden door de keurmeesters hoger gewaardeerd zorgden ervoor dat de Maine Coon langzaam naar de achtergrond werd geduwd. 

De laatst bekende overwinning was toen een langharige blauwe Maine Cat de eerste plek behaalde in zijn klasse en best of show werd uit 170 katten op de Portland show in 1911. Tot rond 1915 werden de langharige Amerikaans en geimporteerde Engelse katten nog met een aparte herkomst vermeld in verschillende stukken. Hierna gingen de Maine Coons letterlijk samen op in een langhaar bestand met de Engelse dieren. 
Vanaf die tijd was de Maine Coon vrijwel vergeten en bleef het houden van het aparte ras Maine Coons beperkt tot het gebied waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Echt fokken werd er ook niet meer gedaan, de stambomen werden niet meer bijgehouden en het ras hield zichzelf in stand als huiskat en boerderijkat. Op een enkele fanatieke liefhebber zag men ze bijna niet meer op de shows. En als ze al getoond werden dan was het onder de categorie AOV (any other variety wat vertaald elke andere variatie is). In het CFA-jaarboek van 1959 werd zelfs beweerd dat de Maine Coon zou zijn uitgestorven. 

In 1953 werd de Central Maine Cat Club (CMCC) opgericht door Alta Smith en Ruby Dyer met als doel om de Maine Coon, het enige authentieke Amerikaanse ras, weer in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen. De 11 jaar die volgden sponsorde de CMCC een gecombineerde kattenshow met een tentoonstelling van katten foto's. De eerste kattenshow werd gehouden in Skowhegan in Maine. Hoewel er veel andere raskatten aanwezig waren, was er nu weer veel belangstelling voor de vergeten Maine Coon. De CMCC stelde een rasomschrijving op en begon met het registreren van de katten en het bijhouden van een stamboek. In 1963 was de CMCC zodanig groot geworden dat alle locale ontmoetingsplekken te klein werden. De organisatie werd te groot om zijn amateuristische status te behouden en werd opgeheven. Maar inmiddels hadden ze wel heel wat bereikt en het belangrijkste, de mensen wisten weer dat de Maine Coons bestonden. 

In 1968 werd deze vereniging opgevolgd door de Maine Coon Breeders and Fanciers Association (MCBFA), welke tot op heden nog steeds bestaat. Deze vereniging had als doel de Maine Coon weer een erkend ras te maken en het ras zo houden als het in de natuur ontstaan was. Deze vereniging zorgde voor de erkenning van het ras Maine Coon bij alle Amerikaanse kattenverenigingen. De CFA gaf pas in 1976, als laatste, toestemming voor de erkenning. Dat het zo lang geduurd heeft voor de CFA het ras opnieuw erkende is eigenlijk wel apart, aangezien de vereniging het ras in 1908 reeds erkend had. Omdat er in het begin maar een tiental Maine Coons geregistreerd waren, was dit niet voldoende voor een goede basis van de fok. Hier waren meer Maine Coons voor nodig. 

Tot 1983 was het CFA stamboek open en was het mogelijk om zogeheten 'Foundation' katten in te schrijven. Dit waren katten die eruit zagen als Maine Coons maar gewoon op de boerderijen gevonden werden en niet eerder ingeschreven waren. Als hun nakomelingen voldeden aan de eisen van een echte Maine Coon, konden ze officieel ingeschreven worden. Was dit niet het geval dan werden de katten en het nageslacht gecastreerd. Na 1983 kon een Maine Coon uit onbekende (niet-ingeschreven) ouders dus niet meer geregistreerd worden als een Maine Coon, ook al voldeden ze perfect aan de rasstandaard. Een van de oudste geregistreerde lijnen is de Dirigo-lijn. Doel van deze lijn was de geharde en sterke Maine Coon in de showstandaard te verwerven. 
Op de eerste shows waar de Maine Coon weer mee deed als ras kwamen ze ook voor het eerst weer de inmiddels aardig veranderde nauwe verwanten tegen. Namelijk de afstammelingen van de langharige katten, de geimporteerde Engelse katten en een aantal van de Amerikaanse langharen waarmee samen is doorgefokt als een hetzelfde ras. Deze waren inmiddels zo doorgefokt tot het de uiteindelijk Pers is geworden zoals we die nu kennen. 

 

Nederland
In 1976 werd de Maine Coon in Europa geintroduceerd. Condit (cattery Heidi Ho) en Robbins (cattery Gemutilichkatze) waren beiden in het Amerikaanse leger gestationeerd in West-Duitsland. Condit en Robbins brachten hun Maine Coons mee naar Duitsland, waar ze op een Duitse tentoonstelling van de 1.DEKZV voor het eerst geshowd werden en voor veel belangstelling zorgden. In 1982 erkende de FIFe (Federation Internationale Feline) de Maine Coon als kattenras in Europa, welke op 1 januari 1983 officiëel in ging. 

Nederland volgde na Europa relatief al snel met de import van Maine Coons. Tot 1983 waren de Maine Coons zo goed als onbekend in Nederland en maar heel weinig op FIFe-shows te zien geweest.

Begin jaren 80 introduceerde de familie Helder (Cattery Baslatan) als eerste dit ras in ons land. Op de shows in Nederland waren ze toen nog (bijna) nooit niet te zien, met uitzondering van een show in Den Haag waar 3 Maine Coons aanwezig waren met hun Duitse eigenaren. De eerste Maine Coon kwam in 1982 en in 1983 volgden er nog drie. Ze hielden contacten met enkele van de eerste fokkers sinds de jaren 40 en kregen zodoende veel informatie over het nog nieuwe ras in Nederland. In de loop der jaren is er veel werk verzet om de Maine Coon in Nederland bekendheid te geven. Dit is erg goed gelukt, want nu zijn er honderden Maine Coon cattery's in Nederland en is deze ook erg goed vertegenwoordigd op de kattenshows en inmiddels een van de grotere rassen. 


Bron: Mainecoon.nl